FAQ
Waarom zijn jullie juist naar Afghanistan gegaan?
We zijn naar Afghanistan gegaan omdat het land dagelijks in het nieuws is vanwege de strijd tegen de Taliban. De Taliban zijn enkele jaren geleden verdreven maar proberen de macht met geweld te heroveren. Aan die strijd tegen de Taliban doen ook Nederlandse militairen mee. Ze zijn gelegerd in de provincie Uruzgan. Buitenlandse militairen en hulpverleners, dus ook Nederlanders, proberen vrede en veiligheid in Afghanistan te brengen om het land na 25 jaar oorlog en onderdrukking weer op te bouwen. Wij zijn naar Afghanistan gegaan om de bevolking beter te leren kennen. Want de verhalen gaan steeds over de Taliban en over de Nederlanders in Uruzgan, maar wie zijn de Afghanen nu eigenlijk?
Willen jullie meer begrip kweken voor de missie van de Nederlandse militairen?
Het doel van onze reis was om zoveel mogelijk Afghanen ontmoeten, jong en oud. De voorstelling Breekbaar Nieuws gaat over hen: hoe hebben ze de jaren van oorlog en onderdrukking overleefd, hoe kijken ze aan tegen het leven, durven ze toekomstdromen te koesteren? Deze verhalen willen we laten horen in Nederland.
Wat vinden de Afghanen van de Nederlandse militairen in hun land?
Zoveel buitenlandse militairen in je eigen land vindt niemand leuk. Maar de Afghanen die we spraken zeiden: “We kunnen niet zonder hen. Als ze nu vertrekken dan kan de Taliban terugkeren en dat willen we niet.” De Afghanen zijn een trots volk. Ze hopen dat Afghanistan op den duur een sterk leger en krachtige politie heeft en dat ze niet langer afhankelijk zijn van buitenlandse militairen.
Hoe hebben jullie dit project georganiseerd?
Wekenlang hebben we met elkaar over Afghanistan gesproken, we hebben veel over het land gelezen en via internet hebben we met Afghanen de eerste contacten gelegd. Ook hebben we veel steun gehad van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag en van de Nederlandse ambassade in Afghanistan. Daardoor konden we op de eerste dag in Afghanistan meteen aan de slag.
Wat willen jullie met de voorstelling bereiken?
We hopen dat mensen in Nederland de Afghanen beter leren kennen. Het zijn mensen die vreselijke dingen hebben meegemaakt. Ze verdienen een toekomst, net als wij. Maar dat kunnen ze niet alleen, want Afghanistan is letterlijk in puin geschoten en veel getalenteerde mensen zijn vermoord. Voor hun veiligheid en de wederopbouw hebben ze hulp nodig.
Wat vonden jullie van de situatie in Afghanistan?
Het is onvoorstelbaar om te horen wat de mensen hebben doorgemaakt in de afgelopen 25 jaar, het is dramatisch om te ervaren wat er is verwoest en het is verdrietig om te zien hoeveel kinderen geen ouders meer hebben. Toch zitten de Afghanen niet bij de pakken neer. Ze steken hun handen uit de mouwen en willen vooruit, ze willen iets van het leven maken. Dat is bewonderswaardig. De energie van de mensen geeft hoop.
Hoe riskant is het om in Afghanistan te zijn?
Er zijn gebieden waar het nog niet veilig is. Er wordt gevochten in het zuiden zoals in de provincie Uruzgan waar de Nederlandse militairen zijn. Daar zijn wij niet geweest. We waren vooral in de hoofdstad Kabul. Daar bestaat het risico van zelfmoordaanslagen en ontvoeringen. We zijn ook naar de provincie Baghlan geweest waar het inmiddels zo veilig is dat veel vluchtelingen terugkeren. Nederland helpt er met het bouwen van scholen, het opknappen van kapotgeschoten fabrieken en het opnieuw opzetten van de landbouw.
Waren jullie bang?
We wisten dat we naar een land ging waar nog altijd veel gevaar is. Vóór ons vertrek waren we door veiligheidsdeskundigen van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte gesteld van de risico’s. Eenmaal in Afghanistan zagen we overal gewapende militairen en pantserwagens, wachttorens, wegversperringen en prikkeldraad. Toch voelden we ons redelijk op ons gemak. Dat kwam doordat we veel optrokken met Afghanen. Zij waren ontspannen en kunnen situaties goed inschatten, waarom zouden wij dan nerveus zijn?
Er reisden met jullie groep ook vrouwen mee, moesten zij gesluierd lopen?
Uit respect voor de tradities van het Afghaanse volk droegen ze buiten op straat een shawl over hun hoofd maar hun gezichten waren niet bedekt.
Hoe kwam je in contact met de Afghanen?
We hadden goede fixers. Dat zijn mensen die de taal spreken en snel afspraken kunnen regelen. Onze fixers waren Afghanen met een goede naam. Daardoor gingen eigenlijk alle deuren voor ons open.
Spreken de meeste Afghanen Engels?
Nee, weinig Afghanen spreken Engels. De mensen hebben door de vele oorlogen weinig of geen onderwijs gehad. Driekwart van de Afghanen kan niet eens lezen en schrijven. De fixers hebben de gesprekken voor ons vertaald.
Jullie waren 16 dagen in Afghanistan, is dat niet te kort?
Het is een korte periode maar we hebben elke minuut geprobeerd om meer van het land te begrijpen. We reisden met een open mind en luisterden naar de verhalen van de Afghanen. We proberen geen oordeel te vellen. We geven door wat we hebben gezien en gehoord.
Is het geen gemis dat jullie niet in Uruzgan zijn geweest?
We wilden Afghanen ontmoeten. Dat hoeft niet persé in Uruzgan. Daar hadden wij trouwens ook niet zo vrij kunnen bewegen. Mensen zitten letterlijk tussen twee vuren. De angst om vrijuit te praten is groter.
We hebben veel Afghanen ontmoeten in Kabul, een miljoenenstad waar alle nieuwe ontwikkelingen beginnen én we hebben Afghanen ontmoet in Baghlan, een relatief veilige provincie.
Is Breekbaar Nieuws niet teveel een Goed Nieuws show?
Met goed nieuws is niks mis. Maar we hebben het negatieve en sombere in Afghanistan niet gemeden of weggelaten. In de voorstelling praten we óók over angst en onzekerheid, over jongeren die zich buiten Afghanistan willen ontwikkelen omdat hun land zo berooid is, over mensen die weinig vertrouwen hebben in de politiek. Maar Breekbaar Nieuws heeft inderdaad goed gekeken naar de bloemen die in de puinhopen bloeien. Daarom zit er veel goed nieuws in de voorstelling. Eerlijke verhalen, maar niet mooier gemaakt dan ze zijn. Verhalen van de Afghanen zelf. Ze vormen een belangrijke aanvulling op al het andere nieuws over Afghanistan.
Wat kunnen Nederlanders doen om de Afghanen te helpen?
Het is bemoedigend als Nederlanders, jong en oud, onze voorstelling zien en geraakt worden door de verhalen. Voor de Afghanen is het belangrijk dat ze worden gehoord. Dan voelen ze zich niet in de steek gelaten. Wie méér wil doen kan kijken naar de links op deze website. Daar worden organisaties genoemd die steun goed kunnen gebruiken.
Moeten de Afghanen niet zelf hun problemen oplossen?
Dat willen ze zelf maar al te graag. Maar voor het opbouwen van een land dat zo is verwoest heb je geld, middelen en mensen nodig. Afghanistan kan het niet op eigen kracht. Je mag het een beetje vergelijken met Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Wij ontvingen voor de wederopbouw Marshallhulp uit de VS.
Wonen er Afghanen in Nederland?
Veel Afghanen zijn gevlucht. In Nederland wonen bijna 60.000 Afghanen.Vaak zijn het hoogopgeleide mensen. Zij kunnen Afghanistan vooruit helpen, maar zolang het gevaar niet is geweken durven ze niet terug. En er is nog een ander probleem. Veel Afghanen wonen al meer dan 10 jaar in Nederland. Hun kinderen gaan hier naar school, ze hebben Nederlandse vrienden, spreken onze taal en zullen in Afghanistan misschien nooit kunnen aarden. Hopelijk kunnen hun ouders ooit veilig terugkeren om herenigd te worden met dierbaren die ze moesten achterlaten. Het leven van een vluchteling is een leven van heimwee en dat is geen mens gegund.
Hoe reageren Nederlandse scholieren op de voorstelling?
We merken betrokkenheid na afloop. Kennelijk komen de verhalen goed over.
Wat moet een scholier met deze informatie?
We willen iets laten zien van het leven van mensen ver weg. Misschien beseft een scholier na het zien van de voorstelling dat wij het hier in Nederland getroffen hebben. De problemen waar wij ons druk over maken stellen vaak weinig voor in vergelijking met problemen die de Afghanen moeten oplossen: de armoede, de vele weeskinderen, de verwoestingen. Misschien is een toeschouwer onder de indruk van de veerkracht van de Afghanen. Kijk naar de vrouwen die tijdens de Taliban niet naar school mochten. Nu leren ze voor twee. Zelfs tijdens de grote wintervakantie gaan ze naar school en trotseren de kou in de klaslokalen.
Hoe kwamen jullie aan het geld voor dit project?
We hebben steun gekregen van NCDO en het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Zijn jullie vrij om alles te laten zien wat jullie daar gemaakt hebben?
Niemand heeft ons beperkingen opgelegd. Dit is wat we hoorden en zagen.
Hoeveel voorstellingen gaan jullie geven?
Zoveel mogelijk, het liefst op alle scholen van Nederland, want de verhalen die we hebben meegenomen zijn indrukwekkend en de muziek die we live laten horen is prachtig.
Tot wanneer gaan jullie de voorstelling opvoeren?
In elk geval tot de zomer van 2008.
Is de voorstelling alleen voor scholen of ook voor andere publieksgroepen?
We hopen ook andere groepen te bereiken, zoals studenten van hoge scholen en universiteiten, medewerkers van maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheidsinstellingen.
Hoe is de voorstelling te boeken?
Boekingen zijn te regelen via e-mail.
[ SLUIT venster] |