
Nasir en Munir Aziz
Sinds de val van het Taliban-regime mogen Afghanen weer openlijk muziek maken. Tijdens het Taliban-bewind was muziek maken verboden. Dat betekende in het geheim oefenen, met viltjes tussen de sitarsnaren en dekens over de tablas. Niemand mocht je horen, want zelfs de buren konden je aangeven. Dat is ook het verhaal van de broers Nasir (24) en Munir (26), twee muzikale talenten die door hun bevlogenheid en doorzettingsvermogen nu tot de beste musici van Afghanistan horen. Vera en Tjeerd maakten samen met Nasir en Munir de muziek voor de voorstelling. De liedjes kan je hierboven horen.


Herman van Hoogdalem

© Herman van Hoogdalem en HijisGijs

Dirk Buwalda

© Dirk Buwalda en HijisGijs
Een handgemaakt portfolio met foto's van Dirk Buwalda en steendrukken van Herman van Hoogdalem is ook te koop. Zie deze site.


 |
De komiek
We zoeken het huis van Nasrudin Shah. In zijn wijk is geen straatnaam te vinden, geen weg is
geplaveid. We worden door elkaar geschud in onze auto. De komiek blijkt met zijn vrouw en zes
kinderen te wonen in een klein huisje met twee kamers. Najibullah Sedeqe, onze tolk, schrikt van zijn armoedige onderkomen. Nasrudin Shah was vroeger een populaire komiek. Tijdens het Talibanregime moest
hij vluchten. Hij trad op in vluchtelingenkampen over de grens. Berooid keerde hij terug. Nu is hij nog
in te huren voor bruiloften en partijen maar de glans is ervan af. De komiek is ook al 75 jaar.
Op de binnenplaats van zijn huis voert hij voor ons een kleine show op. Hij vertelt grappen en imiteert
een vrachtwagen die niet wil starten. Zijn kinderen lachen in de deuropening en kijken ons trots aan.
Nasrudin Shah zingt vol overgave een lied, de ogen gesloten, zijn bruine tanden ontbloot. Tot besluit
duwt hij een muziekcassette in het dashboard van zijn oude Amerikaanse auto en danst door de
straat.
|
 |
De dichter
Dit is de geliefde dichter Sapand. Dichters zijn populair in Afghanistan, net als verhalenvertellers.
Misschien geven hun verhalen en gedichten wel troost in een land waar zoveel kapot is gemaakt.
Sapand heeft de duistere jaren van de Taliban overleefd. Veel getalenteerde Afghanen zijn vermoord
of gevlucht. Zolang de situatie in het land zo onzeker is gaan ze niet terug. Ook omdat ze in het
buitenland vaak veel meer kunnen verdienen.
In een ghazal, een lyrische dichtvorm, bezingt Sapand zijn geliefde:
My sweetheart has started a good business in her youth
Building a city of her beauty in this ruined country
The geese come in a line today
Like our girls from goodar here
The circle of your arms came fit to my neck
God has made a gallows of white arms in a good virtue
Afterwards, they may keep it and think it theirs
As few aliens have made fort in Kabul
Tell my nice and simple love that
Sapand has written this lyric on a high mountainous way
(Vertaald uit het Pashtu door Sapand)
|
 |
De spookrijder
Onze chauffeur rijdt ons door de straten van Kabul. Hij heeft zich verreden en moet terug, maar we
zitten op een éénrichtingsweg. We stromen mee met claxonerende auto’s, ronkende bussen, laverende
fietsers en voetgangers die proberen de overkant te halen. Hij trapt op de rem, trekt aan het stuur en
negeert de blikken van de weggebruikers om hem heen. Het lukt hem de neus van de wagen de
andere kant op te krijgen. Dan begint hij te spookrijden, totaal relaxt alsof niet hij, maar de rest van het
verkeer in overtreding is.
Auto’s stormen op ons af en wijken net op tijd uit. Een oude man op een bijna even oude fiets slingert
tegen de stoeprand en verliest bijna zijn evenwicht. Bij een rotonde zijn we veilig. De politiemannen
die er staan zagen ons aankomen maar zijn druk in gesprek.
De chauffeur hoort onze verbijstering. ‘Daarvoor ga je bij ons naar de gevangenis en ben je je rijbewijs
voor de rest van je leven kwijt,’ zeggen wij. Hij moet er hard om lachen.
We vragen ons af hoeveel Afghanen de verkeersregels kennen. Driekwart van de mensen is
analfabeet. Misschien hebben ze de regels nooit geleerd of niet begrepen. Maar zo is het niet.
Mensen kennen de verkeersregels, verzekert de chauffeur ons. Maar ze redeneren als volgt: voor een
goede doorstroming is het nodig dat automobilisten improviseren: af en toe een rotonde linksom
nemen of even over de stoep rijden. De politie vindt dat ook. Dus gaat iedereen zijn gang. En niemand
scheldt of steekt z’n middelvinger op. |
 |
De politica
Ze leeft een verscheurd leven maar ze is het gewend. Steeds weer gescheiden van haar geliefden. Haar gezin woont in Nederland, zijzelf in Afghanistan. ‘Mijn leven is altijd vol pijn geweest,” zegt Qadriya
Yazdanparast.
Toen de Taliban in 1996 de macht grepen moest ze maken dat ze weg kwam. Als voorvechtster van
vrouwenrechten zou ze zeker vermoord worden. ‘Ik dacht altijd dat ik geen angst had, maar toen ik
hoorde dat de Taliban overal naar mij informeerde werd ik heel bang,’ zegt ze.
Ze vluchtte de grens over. Zelfs haar pasgeboren dochter Fatima moest ze achterlaten. Via
omzwervingen kwam ze in Nederland terecht. Het contact met haar gezin was maanden verbroken. ‘Ik wilde weten hoe het met ze ging, waar ze waren, of ze nog leefden. Ik hoorde alleen maar
verschrikkelijke verhalen over moordpartijen door Taliban.’
Haar gezin vluchtte een jaar later. Na een riskante tocht werden ze herenigd in Nederland.
Getraumatiseerd. Fatima is inmiddels 10 jaar en nog steeds bang. Ze wil niet terug naar Afghanistan.
Qadriya leeft nu opnieuw gescheiden van het gezin. Ze is parlementslid in Kabul en wil haar land
helpen ontwikkelen. Af en toe reist ze naar Nederland.
Wat moet er vooral gebeuren in Afghanistan?
‘Goed onderwijs voor iedereen,’ zegt ze. ‘De slechte dingen die in Afghanistan zijn gebeurd hebben
vaak te maken met onwetendheid. Veel mensen zijn nooit naar school geweest. Maar om dit land te
ontwikkelen heb je goede mensen nodig en alle talenten zijn door de Taliban vermoord. Of ze zijn
gevlucht en komen niet terug zolang Afghanistan niet veilig is.’
Dat geldt ook voor haar eigen kinderen. Ze kan Fatima niet garanderen dat de Taliban nooit meer aan
de macht komen. Elke dag heeft ze heimwee naar haar gezin. Maar ze houdt moed.
Voor haar man schreef ze dit gedichtje:
Ik heb mijn wereld veranderd in een prachtige tuin en wacht op je terugkomst.
Mijn hart kijkt naar je uit. Ik zie fonkelende sterren en verlang naar je terugkomst. Ik hoop dat mijn roep,
gedragen door de wind, je bereikt. Met de hulp van God wacht ik op je. |
 |
De accountant
Alema is 22 jaar. Ze werkt als administratief medewerker in een centrum in Kabul waar vrouwen een opleiding kunnen volgen tot lantaarnmaker, edelsmid, reparateur van mobiele telefoons en cateraar. Beroepen die in Afghanistan tot voor kort alleen door mannen werden uitgeoefend.
Tijdens het talibanbewind vluchtte Alema met haar ouders naar Pakistan en Iran. In Iran kan ze haar school afmaken. Alema’s ouders vinden het tijd dat ze gaat trouwen en nodigen zo nu en dan een huwelijkskandidaat op de thee. Hoewel haar moeder haar smaak wel kent, heeft Alema al drie mannen afgewezen. Omdat ze zelf later journalist of ingenieur wil worden, zoekt Alema een slimme man die ook kans maakt op een goede baan. |
 |
De zakenvrouw
Als klein meisje weet Bakht Nazira het al: ze wil leren, ze wil alles leren. Niets houdt haar tegen. De oorlog niet en ook haar huwelijk op jonge leeftijd niet. Als de Taliban meisjes beveelt binnen te blijven, leert Bakhtnazira thuis borduren en naaien. Later, na de val van het Taliban regime, haalt ze op school de hoogste cijfers. Ze gaat aan het werk als lerares, maar zet om wat extra’s te verdienen in haar vrije tijd een textielbedrijfje op. Met een beurs kan Bakht Nazira naaimachines kopen en een paar mensen in dienst nemen. Nu runt Bakht Nazira samen met haar man een bedrijf met 36 werknemers. Haar ambities zijn groot. Ze droomt ervan steeds meer vrouwen in dienst te kunnen nemen. |
 |
De fitnessdocent
Fereshta Farah (33) beheert een sportschool voor vrouwen in een woonwijk van Kabul. Twee mannen met geweren bewaken het gebouw. Fitness voor vrouwen, dat zint niet iedereen. Maar Fereshta laat zich niet afschrikken door mogelijke aanslagen van extremisten. Ze heeft grote plannen voor uitbreiding. Voor meer vrouwensportscholen, een theehuis en een ontmoetingscentrum waar vrouwen met de computer kunnen leren werken. Eens per week presenteert Fereshta het journaal op televisie. Maar als ze haar ouders bezoekt gaat Fereshta in burka – onherkenbaar voor de buurt. Een vrijmoedige vrouw als zij riskeert mishandeling in de traditionele wijk waar haar ouders wonen. |
 |
Het parlementslid
Gijs Wanders in gesprek met Hawa Alam Noristani, parlementslid:
Waarom lopen Afghaanse vrouwen in een burka?
‘Het is een oude traditie in Afghanistan. Veel vrouwen zijn niet anders gewend.’
Tijdens de Taliban was het verplicht en mocht de burka alleen in huis uit, maar dat is nu toch niet meer zo?
‘Afghanistan is een conservatief land. Vrouwen hebben hier weinig te vertellen. Als de man wil dat de vrouw een burka draagt dan gebeurt dat.’
Een vrouw vertelde ons dat ze zich in een burka ongemakkelijk voelde, opgesloten in eenzame duisternis. Ze struikelde vaak omdat ze weinig zag. Door de vuile lucht in Kabul kreeg ze zelfs oogontstekingen.
‘Veel vrouwen zijn blij dat ze de burka niet meer aan hoeven. Maar er zijn ook vrouwen die niet anders gewend zijn. Misschien voelen ze zich in een burka wel veiliger op straat omdat ze niet worden nagekeken.’
Wat vond u van de Taliban?
‘Niet alles was slecht tijdens de Taliban. Er was geen corruptie en misdaad. Je kon de deur van je huis open laten. Niemand zou je beroven omdat er hard werd gestraft. Het slechte van de Taliban was dat ze vrouwen onderdrukten. We hadden geen enkel recht. Maar mannen en vrouwen hebben elkaar nodig. Vergelijk het met een vogel: als één vleugel lam is kan de vogel niet vliegen. ’
In het parlement zitten krijgsheren van wie mensenrechtenorganisaties zeggen dat ze zich moeten verantwoorden voor een oorlogstribunaal. Ze zouden in de jaren vóór de Taliban veel mensen hebben vermoord en verwoestingen hebben aangericht. Wat vindt u?
‘Dat ligt heel gevoelig. We hebben geprobeerd ze te ontwapenen. Dat is mislukt. Als een krijgsheer maar tien geweren inlevert dan verbergt hij er nog heel wat. Pakken we hem te hard aan dan slaat de vlam in de pan. Het is beter om ons eerst bezig te houden met de Taliban, al-Qaida en het terrorisme. Daarna kunnen we de krijgsheren voor de rechter slepen. We moeten niet te hard van stapel lopen, anders gaat het fout en krijgen we een burgeroorlog als in Irak. Dan is de bevolking opnieuw het slachtoffer.’ |
 |
De politicus
Gijs Wanders in gesprek met Ramazan Bashardost, parlementslid:
Waarom zit u in het parlement?
‘Om iets voor de Afghanen te doen. Ik streef naar eerlijke politiek in dit land. Nogal wat politici zitten in het parlement voor hun eigen belang. Het zijn de voormalige krijgsheren. Ze hebben macht en wapens.’
Hoe kwamen zij in het parlement?
‘Ze hebben hun stemmen gekocht, met geld of onder bedreiging. Ze geloven niet in democratie of mensenrechten. Het landsbelang interesseert ze niet.’
Hoe los je dit probleem op?
‘Er moeten eerlijke verkiezingen komen. We hebben politici met schone handen nodig, een nieuwe generatie van Afghanen die geloven in menselijke waarden.’
Nederland en andere landen proberen de Afghaanse ervan te overtuigen dat een democratie eerlijke politici nodig heeft. Wat vindt u daarvan?
‘Het buitenland moet de nieuwe generatie een kans geven en elke steun aan de voormalige krijgsheren weigeren.’
De Taliban proberen met geweld de macht te heroveren, hebben ze een kans?
‘De Taliban kregen destijds een kans omdat er misdaad en corruptie was, omdat de krijgsheren mensen vermoordden en geld afnamen. We moeten uitkijken dat deze geschiedenis zich niet herhaalt. Er is opnieuw corruptie en de krijgsheren hebben het weer voor het zeggen.’
Maar zijn de Taliban een alternatief?
‘De Taliban brachten een dictatuur, ze waren tegen onderwijs, tegen mensenrechten. De mensen steunden de Taliban niet. Maar als hun leven niet verbetert raken ze moedeloos en accepteren ze een verandering.’
Hoe voorkom je dat de Afghanen moedeloos worden?
‘De overheid moet corruptie en misdaad serieus aanpakken. De buitenlandse hulp moet tot de laatste cent worden gebruikt voor de wederopbouw. Niets mag verdwijnen in verkeerde zakken. Als mensen zien dat het beter wordt maken de Taliban geen kans om weer aan de macht te komen.’ |
|